Hoezeer we die sportieve uitdaging ook nodig hebben naast het gewone alledaagse leven, toch kunnen we niet ontkennen dat de periode net na een belangrijke wedstrijd altijd even aanvoelt als de hemel op aarde. Naarmate D-day nadert, heb je zo hard dat ene doel voor ogen dat quasi al de rest bij wijze van spreken moet wijken. Koolhydraten stapelen, praktische voorbereiding, blijven lopen en toch voldoende rust inbouwen om scherp aan de start te staan, het is dagenlang balanceren op een dunne koord. En vooral hopen dat er geen externe factoren roet in het eten gooien, zoals met stip op één ziek worden.

Om maar te zeggen dat er heel wat van je schouders valt als het allemaal achter de rug is. Eindelijk mag even alles en hoeft niets meer, zoals letten op je eten of alcohol mijden. Voor je er erg in hebt, staat er thuis op de eettafel een stevig pak friet voor je neus, al dan niet voorafgegaan door een glaasje cava of andere alcoholische drank. Afhankelijk van de spierpijn die je de dagen nadien voelt, kan je gerust een tijdje in die state-of-mind blijven. De boog kan immers niet altijd gespannen staan en die ligzetel heb je tenslotte niet voor niets gekocht. Maar op een gegeven moment begint het toch terug te kriebelen, de voldoening komt niet op bestelling als je je dagenlang beperkt tot de hoogst noodzakelijke fysieke arbeid. Want wat is er zaliger dan je een klein uurtje af te beulen en weer en wind te trotseren nietwaar?! En dus begin je je langzaam maar zeker de loopgewoonte terug eigen te maken. Een periode van zalig freewheelen volgt dan meestal. Een rustig loopje, kort of iets langer, een echte fartlek of een intervalsessie met korte maar pittige sprints. De mogelijkheden zijn eindeloos, de enige graadmeter is dat je de nodige afwisseling inbouwt en dat je de kilometers een beetje binnen de perken houdt.

Dat werkt voor een tijdje, maar als je zoals ik tegenwoordig piekt van marathon naar marathon elke zes maanden, dan heb je voor de eigenlijke trainingsperiode van start gaat toch ook nood aan een onderhoudsschema. Welke kennis we de voorbije jaren ook vergaard hebben, zo’n schema zorgt automatisch voor iets meer structuur en regelmaat. Dan hoef je dat nog niet tot in de puntjes te volgen, een alternatieve fiets – of zwemtraining kan bijvoorbeeld perfect of je kan gerust ook een keertje een training skippen. Maar je hebt tenminste een leidraad. Uit wat zo’n schema bestaat? Aan meer dan drie trainingen wagen we ons in deze periode niet, het is niet voor niets een onderhoudsschema. Verder bestaat het vooral uit kortere intervaltrainingen en een duurloop die nooit voorbij het anderhalf uur gaat. Op die manier staat het aërobe en het anaërobe vermogen op peil om nadien echt te gaan knallen en progressief te trainen gedurende een vijftiental weken. Oh ja, en af en toe een leuke wedstrijd om je benen eens te testen, kan uiteraard nooit kwaad. Maar daarover later meer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s