Eén van de grootste werkpunten naar volgende marathons toe: iets minder het gevoel hebben dat het zien van de finishlijn als een echte verlossing komt, het einde van een heuse lijdensweg in de laatste tien tot twaalf kilometer waar zelfs Jesus met zijn kruistocht indertijd niet aan kon tippen. Oké, we overdrijven een heel klein beetje, maar echt comfortabel voelt het allemaal toch niet. Het is al te vaak snakken naar de eindmeet. En aftellen, kilometer per kilometer. Een lachje kan er dan maar moeilijk vanaf, hoezeer we ons ook op vrijwillige basis opgegeven hebben om zo’n uitdaging te ondergaan. We schrijven het omdat we spontaan moeten terugdenken aan een boodschap langs de kant van de weg in Amsterdam die ons bijna overstag deed gaan. “Smile, because you paid a lot of money to do this”. Jaja, die zat temidden de fysieke ellende. Waarna we dapper voortschuivelden richting Olympisch stadion.

In die zin verbaast het ons ook niets dat we onlangs online lazen dat zelfs een jonge wielerbelofte een week lang spierpijn voelde toen hij voor het eerst een marathon liep. Kleine kanttekening daarbij wel: de Noor besliste pas negen dagen (!) op voorhand om zich aan die 42,195 km te wagen. Tja, zoiets kunnen alleen getrainde atleten, ik zou het voor de rest echt niemand aanraden. Over de inspanningen die nodig zijn om zo’n lange afstand tot een goed einde te brengen, verschillen de meningen weleens. Nu, ik plan liefst van al toch graag een voorbereidingsperiode van 12 tot 15 weken en dan nog begin ik niet zomaar onvoorbereid aan week één. Kan ook moeilijk anders vind ik als je meteen het trainingsregime opkrikt naar minstens vier keer de week.

Maar om op die spierpijn terug te komen, ik heb er ook altijd wel in zekere mate last van eens de cadans helemaal weg is en we na een poging tot hijsen van de armen definitief tot stilstand zijn gekomen. Zelfs stappen lukt dan slechts zeer moeizaam, wegens kuiten die echt wel op ontploffen staan door de inspanningen van de voorbije drie uur en half. Dat laatste was eind oktober niet anders, maar nu hebben we het slimmer aangepakt dan bij de vorige marathons. Opeens schoot het me te binnen toen ik de typische witte tenten van het Rode Kruis in de verte zag opdoemen. Ik ga me eens lekker laten verzorgen door zo’n vriendelijke dame met een ongekend empathisch vermogen en dito kennis van zaken. De praktijk stelde niet teleur, want ik kreeg meteen warme bouillon aangeboden om het herstel op gang te brengen en vooral ijskoude icepacks om de verkramping in te tomen. Er stond zelfs een bedje klaar voor het geval dat de inspanningen net iets te zwaar hadden doorgewogen. Het resultaat bleef niet uit, want de dag nadien werden we nog amper gewaar dat we een zware marathon in de benen hadden. Weer een belangrijke les geleerd dus!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s